Ga naar de inhoud van deze pagina Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Vorige pagina

Informatieavond

donderdag 6 december 2018

19:30

Agendapunten

  1. 1

    De Rekenkamercommissies van Soest, Baarn en Vallei en Veluwerand (Bunschoten) hebben onderzoek gedaan naar de doeltreffendheid van de uitvoering van bijstand en re-integratie door de uitvoeringsorganisatie BBS. De Rekenkamercommissies trekken de volgende conclusies:

    • BBS beperkt de onterechte instroom in de bijstand. De instroom in de bijstand is in de BBS-gemeenten laag in vergelijking met andere gemeenten. BBS slaagt erin om met haar uitvoeringsproces circa 40% van de uitkeringsaanvragen aan de poort tegen te houden.
    • BBS slaagt erin om veel aanvragers aan werk te helpen. De uitstroomcijfers laten zien dat veel klanten daadwerkelijk uitstromen naar werk.
    • Uit gesprekken blijkt dat BBS daarnaast meer dan andere gemeenten investeert in doorstroom. Cijfers over de doorstroom zijn echter nog niet beschikbaar. De dataverzameling bij BBS is daarop onvoldoende ingericht. In de toekomst zal deze informatie wel beschikbaar moeten komen.
    • Gezien het geringe aantal bezwaren, boetes en maatregelen is er geen reden om aan te nemen dat de uitvoering van de bijstandsverstrekking onvoldoende is.
    • Uit het klanttevredenheidsonderzoek blijkt dat een ruime meerderheid van de klanten positief is over BBS. Gemiddeld geven zij een 7,4.

    Wel zijn er kwetsbaarheden:

    • De gemeenten hebben te weinig concrete doelen bepaald waaraan BBS moet bijdragen. Bij de (vooralsnog te late) opdrachtverstrekking van de gemeenten aan BBS valt op dat er weinig beleidsmatige keuzen worden gemaakt. Zo wordt de politieke vraag of BBS de middelen vooral moet inzetten op re-integratie van kansrijke bijstandsgerechtigden of op maatschappelijke participatie van mensen met een grote afstand tot arbeidsmarkt en maatschappij, in de praktijk door BBS beantwoord.
    • Het sturingsmodel dat is ontstaan bij de inwerkingtreding van de nieuwe gemeenschappelijke regeling kent risico’s. De bestuurders van BBS vervullen niet alleen de eigenaarsrol, maar zijn ook bestuurlijk verantwoordelijk voor de opdrachtgeversfunctie van de gemeente. De directeur van BBS speelt een belangrijke rol in zowel het beleidsoverleg als in het opdrachtgeversoverleg en het bedrijfsvoeringsoverleg. Als er spanningen ontstaan tussen de belangen van eigenaars en die van opdrachtgevers, kunnen zowel de directeur als de bestuurders in een spagaat terechtkomen.
    • De ontwikkeling van adequate sturingsinformatie vraagt nog veel aandacht, hoewel met aanschaf van bepaalde systemen een belangrijke stap is gezet.
    • De organisatie is, gezien de korte periode dat BBS naast de bijstand ook de re-integratie uitvoert, nog in ontwikkeling.

    Op basis van het onderzoeksrapport heeft de rekenkamercommissie aanbevelingen geformuleerd.


    Aan de gemeenteraad

    1. stel vast of het beleid voor het sociaal domein voldoende richtinggevend is voor BBS, en geef het college, indien nodig, opdracht tot aanpassing;
    2. bepaal samen
  2. 2

    Tijdens deze Informatiebijeenkomst wordt de raad geïnformeerd over de stand van zaken rondom de ontwikkelingen van de sporthal, Beukendal/Politiebureau in samenhang met de rol van een toekomstgericht gemeentehuis/Huis van de samenleving. Deze concrete onderdelen en het onderzoek dat door het vorige college is uitgevoerd vormen belangrijke input voor de visievorming Dalweg en voor het huisvestingsvraagstuk van het gemeentehuis.

  3. 3

    Voor de energietransitie hebben we te maken met een nationaal kader: het landelijke Klimaatakkoord. Dat betekent in 2030 bijna de helft minder broeikasgassen en in 2050 een bijna duurzame energievoorziening. Vanuit het Klimaatakkoord hebben de gemeenten de opdracht gekregen om in regionaal verband een Regionale Energiestrategie (RES) op te stellen en daarmee een “bod” te doen aan het Rijk. Ondertussen wordt op lokaal niveau gewerkt aan de uitvoering van het Gemeentelijke Duurzaamheidsplan 2016-2020.


    Tijdens een raadsbijeenkomst op 17 oktober 2018 is de raad meegenomen in de bewustwording rond het vraagstuk. In de bijeenkomst is o.a. aangegeven wat de impact is van de scenario’s CO2-neutraal in 2030, in 2040 en in 2050 voor de (gemeentelijke) organisatie. In de Startnotitie Energietransitie wordt de opgaven vertaald naar beelden zoals Soest er in 2050 uit kan zien. Dit moet uiteindelijk weer leiden tot een meerjarig programmaplan voor de energietransitie in Soest.


    In de startnotitie worden vier pijlers benoemd: wonen, werken, mobiliteit en de gemeentelijke organisatie. Per pijler wordt een beeld geschetst van de situatie 2050, de ontwikkelingen, de stand van zaken 2018 en wat de gemeente kan doen.


    De raad wordt op 20 december 2018 voorgesteld om:

    1. De ambitie CO2 neutraal gelijk op te laten gaan met de landelijke ambitie;
    2. De startnotitie vast te stellen;
    3. Het college van B&W te vragen om te onderzoeken of de ambitie van 20% van de huidige Soester energiebehoefte verhoogd kan worden naar 50%, waarbij minimaal 30% wordt opgewekt door innovatieve technieken;
    4. Het college van B en W een meerjarig programma op te laten stellen voor de energietransitie van de vier genoemde pijlers; het meerjarig programma wordt aan de gemeenteraad voorgelegd ter besluitvorming.

    Tijdens deze Informatiebijeenkomst wordt het voorstel toegelicht en is er gelegenheid voor het stellen van vragen.