Agendapunten
-
0
Agendadocumenten
Bijlagen
-
1
Bijlagen
-
2Spreekrecht over een niet eerder geagendeerd onderwerp
-
3
Tijdens de raadsvergadering van 29 november 2018 heeft wethouder Dijkhuizen toegezegd de status van het in 2013 aangenomen amendement over de bedrijfsverplaatsing van een agrarisch bedrijf naar de Peter van den Breemerweg juridisch te laten onderzoeken.
Van der Feltz advocaten concludeert dat uit het amendement van 2013 geen verplichting voortvloeit om een nieuw bestemmingsplan vast te stellen waarin de hervestiging van het bedrijf aan de Peter van den Breemerweg wordt mogelijk gemaakt. Wel is het amendement van invloed op de belangenafweging die moet worden gemaakt als het verzoek om hervestiging opnieuw wordt voorgelegd.
Om deze belangenafweging te kunnen maken wordt de raad voorgesteld het ruimtelijk kader te handhaven dat er geen nieuw agrarisch bouwvlak gerealiseerd mag worden in de polder met uitzondering van de locatie tussen Peter van den Breemerweg nrs. 7 en 9.
Tegelijkertijd is een voorontwerpbestemmingsplan ingediend om een agrarisch bedrijf te vestigen op een nieuw agrarisch perceel aan de Peter van den Breemerweg tegenover nrs. 1-3. Formeel heeft een voorontwerpbestemmingsplan geen juridische status. De raad hoeft er dus geen besluit over te nemen. Toch wordt de raad om een standpunt gevraagd omdat er zodoende duidelijkheid ontstaat in deze langlopende zaak.
Gebruikelijk is dat de raad eerst kaders vaststelt en vervolgens de voorstellen worden getoetst aan de kaders. In dit geval is er voor gekozen om beide zaken in eens voor te leggen omdat ze sterk met elkaar verbonden zijn.
Als vervolg op het hierboven voorgestelde kader stelt het college van B en W de raad voor in te stemmen met het collegebesluit om het voorontwerpbestemmingsplan voor een nieuw agrarisch bouwperceel tegenover Peter van den Breemerweg nrs. 1-3 af te wijzen.
Op 7 februari 2019 wordt de raad gevraagd te besluiten over bovenstaande voorstellen.
Bijlagen
-
4
Het doel van het onderwijskansenbeleid is om taalachterstanden in het Nederlands bij kinderen tijdig en effectief aan te pakken. Per 2019 veranderen de eisen die het Rijk stelt aan voorschoolse educatie. Dit betekent dat het onderwijskansenbeleid (en de onderliggende beleidsregels) opnieuw moeten worden vastgesteld.
Door een wetswijziging en een toename van het budget dat Soest ontvangt van de Rijksoverheid, is het mogelijk om een kwaliteitsimpuls te geven aan de bestrijding van taalachterstanden bij kinderen. Zowel het aantal uren als de periode waarin peuters peuteropvang/voorschoolse educatie krijgen, is uitgebreid. Ook wordt ingezet op een verbinding in het leren van Nederlands voor volwassenen (ouders) en kinderen. Deze aanpak is vastgelegd in het nieuwe Onderwijsachterstandenbeleid Gemeente Soest 2019-2022. Hierin staat concreet vermeld wat de gemeente gaat doen en wat het mag kosten.
Op 7 februari 2019 wordt de raad gevraagd het Onderwijskansenbeleid 2019-2022 vast te stellen.
Bijlagen
-
5
De onderwijswetgeving bepaalt dat de gemeente een verantwoordelijkheid heeft voor onderwijshuisvesting cq. scholenbouw. De gemeente is financieel verantwoordelijk voor het realiseren van onderwijshuisvesting. De vorige verordening stamt uit 2015. In verband met landelijke wetswijzigingen is de verordening aangepast.
In de verordening voorzieningen onderwijshuisvesting is vastgelegd welke voorzieningen (bijvoorbeeld nieuwbouw van schoolgebouwen) in aanmerking komen voor bekostiging door de gemeente en op welke manier. Daarnaast is, aansluitend op de Soester praktijksituatie, de voorziening renovatie toegevoegd. Ook zijn in de verordening de Soester duurzaamheidsambities opgenomen. De wijziging van de verordening is besproken met het op overeenstemming gericht overleg (OOGO) van de schoolbesturen.
Op 7 februari 2019 wordt de raad gevraagd de verordening voorzieningen onderwijshuisvesting 2019 vast te stellen.
Bijlagen
-
6
De afgelopen maanden is het overgrote deel van de woningen en niet-woningen in de gemeente Soest van een nieuwe WOZ-waarde voorzien. Daarmee is uitvoering gegeven aan de wet Waardering Onroerende Zaken (wet WOZ). De nieuwe WOZ-waarden zijn vastgesteld naar waarde peildatum 1 januari 2018 en gelden voor het belastingjaar 2019. In de (begrotings)raadsvergadering van 8 november 2018 zijn voorlopige ozb-tarieven vastgesteld, omdat de waardeontwikkeling toen nog niet bekend was.
Uitgangspunt is dat de ozb-opbrengsten 2019 gelijk zijn aan de begrote opbrengsten 2018, vermeerderd met de trendmatige aanpassing van 1,4% en de opbrengsten uit areaaluitbreiding (nieuw-/verbouw woningen e.d.). De totale opbrengst wordt geraamd op (afgerond)
€ 8,3 miljoen. De voorstellen met betrekking tot de tarieven zijn onder voorbehoud van de goedkeuring door de Waarderingskamer. De brief van de Waarderingskamer is nog niet ontvangen, maar wordt verwacht voor de Besluitvormende Raadsvergadering op 7 februari 2019.
Op 7 februari 2019 wordt de raad gevraagd de ozb tarieven 2019 door middel van de eerste wijziging van de verordening onroerendezaakbelastingen 2019 vast te stellen.
Bijlagen
-
7Sluiting