Ga naar de inhoud van deze pagina Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Vorige pagina

Opiniërende Raadsbijeenkomst

donderdag 15 december 2016

19:30
Toelichting

Opiniërende Raadsbijeenkomst

Agendapunten

  1. 1
    Opening en vaststelling agenda
  2. 2
    Spreekrecht over een niet eerder geagendeerd onderwerp
  3. 3

    De kernwaarden van het nieuwe Retailbeleid 2016-2026 zijn Concentratie, Vernieuwing en Versterking. Zo wordt het o.a. mogelijk om mengformules te realiseren waardoor winkeliers 30% van het bruto vloeroppervlak vergunningvrij in mogen richten als ondergeschikte, alcoholvrije ondersteunende horeca. Ook wordt ingezet op de afname van verspreide bewinkeling, het verbeteren van het parkeren in de winkelgebieden en worden pick-up points mogelijk gemaakt binnen en buiten winkelgebieden. In het nieuwe retailbeleid is ook een actieplan opgenomen. Het overgrote deel van het actieplan kan uitgevoerd worden binnen de huidige bezetting. Voor de handhaving van retailvraagstukken vraagt het college om structureel € 22.500 beschikbaar te stellen. Voor het onderzoek naar de mogelijkheden voor het verminderen van verspreide bewinkeling wordt eenmalig een budget van € 10.000 gevraagd. Het retailbeleid 2016-2026 is participatief tot stand gekomen door o.a. een klankbordgroep samen te stellen bestaande uit diverse vertegenwoordigers van alle winkelgebieden en door het organiseren van een retailconferentie. Op 22 december 2016 wordt de raad gevraagd het Retailbeleid 2016-2026 vast te stellen en om bovenstaande budgetten beschikbaar te stellen.

  4. 4

    De parkeerdruk in de winkelgebieden is hoog en parkeernormen beperken ruimtelijke ontwikkelingen in de winkelgebieden. Daarom is een verkenning uitgevoerd om de bestaande parkeerproblemen in de Winkelpromenade Soest-Zuid en winkelgebied Soest-Zuid in beeld te brengen. In de verkenning “Parkeerbeleid winkelgebieden gemeente Soest” wordt o.a. geconcludeerd dat: In de winkelpromenade Soestdijk in totaal ruimte gezocht moet worden voor 200 tot 250 parkeerplaatsen. In winkelgebied Soest-Zuid is op dit moment geen urgentie om het aantal parkeerplaatsen uit te breiden.De parkeernormen in Soest zijn vergelijkbaar met Zeist, maar zijn hoger dan in Baarn en Amersfoort. Een gemengde parkeernorm zou beter zijn. Er nog andere mogelijkheden zijn om de parkeerdruk te verlagen. Daarom is een onderzoek naar fietsenstallingen gewenst net als betere bewegwijzering en de inzet van parkeerstewards. Betaald parkeren wordt als een risico gezien.Op 22 december 2016 wordt de raad gevraagd om een voorbereidingsbudget beschikbaar te stellen van € 39.500 om in 2017 de parkeernota te herzien en om verder onderzoek te doen naar diverse maatregelen zoals o.a. hierboven benoemd. Voor de lange termijn wordt voorgesteld om te overwegen een voorbereidingsbudget van € 165.000 beschikbaar te stellen bij de Kadernota 2018-2022. Hiervoor kan onderzoek gedaan worden naar het realiseren van 200 tot 250 parkeerplaatsen rondom de Winkelpromenade Soestdijk en naar het uitbreiden van de parkeerschijfzone op het terrein van de Albert Heijn aan de Beek- en Daalselaan.

  5. 5

    Op 31 maart 2016 heeft de raad een BIZ-verordening vastgesteld. Deze verordening kan alleen in werking treden wanneer uit een draagvlakmeting onder bijdrageplichtigen voldoende draagvlak zou blijken. Dit is niet het geval waardoor de BIZ-verordening ingetrokken kan worden.Op 22 december 2016 wordt de raad gevraagd de BIZ-verordening ingetrokken kan worden.

  6. 6

    In de periode juli – oktober 2016 heeft de Rekenkamercommissie Soest onderzoek gedaan naar de rolinvulling door de gemeenteraad met betrekking tot samenwerkingsverbanden van de gemeente Soest. De vraag stond daarbij centraal hoe het afwegingsproces in de praktijk plaatsvindt bij het aangaan van samenwerkingsverbanden en hoe de gemaakte afspraken met betrekking tot sturing, rolinvulling en taakuitvoering in de praktijk functioneren.De Rekenkamercommissie concludeert daarbij onder andere dat: - Er weloverwogen besloten wordt bij het aangaan van een samenwerkingsverband; - Het sturingsinstrumentarium waarmee de raad grip kan krijgen op samenwerkingsverbanden onvolledig en niet expliciet toegepast wordt; - Dat er diverse documenten zijn die soms expliciet en soms meer op hoofdlijnen kaders geven voor de onderwerpen die betrokken dienen te worden bij de afweging tot het aangaan van een samenwerkingsverband en of het functioneren van een samenwerkingsverband. Er is niet 1 handzaam overzicht. Daarnaast doet de Rekenkamercommissie Soest onder andere de volgende aanbevelingen: - Voorzie de raad regelmatiger van informatie over de ontwikkelingen en/of collegebesluiten ten aanzien van verbonden partijen, ook wanneer dat wettelijk niet verplicht is, zodat de raad betrokken kan blijven bij ontwikkelingen; - Maak inzichtelijk voor de raad welke verbonden partijen wanneer worden geëvalueerd en geef de raad de gelegenheid daarbij een prioritering/wijziging aan te brengen; - Een afsprakenkader door de raad expliciet vast te laten stellen en het daarna toe te passen. De volledige conclusies en aanbevelingen zijn te lezen op pagina 3 t/m 11 van het rapport. De bestuurlijke reactie van het college is te lezen op pagina 68 en 69 van het rapport. Bij deze bespreking worden de fracties gevraagd aan te geven hoe zij wensen om te gaan met de conclusies en de aanbevelingen. Naar aanleiding van de discussie zal de griffie een raadsvoorstel opstellen hoe om te gaan met de conclusies en de aanbevelingen. Op 22 december 2016 zal de raad volgens de verordening op de Rekenkamercommissie in ieder geval de eindconclusies van het onderzoek vast dienen te stellen (zie de verordening artikel 3.4, lid 9).

  7. 7

    Onze Rekenkamercommissie telt vijf externe leden. Eind van dit jaar zijn er drie leden die hun maximale benoemingstermijn hebben bereikt. Na de zomer is gestart met de werving van drie nieuwe leden. Namens de raad waren hierbij betrokken Rosan Coppes en Karel van Geet. Op 22 december 2016 wordt de raad voorgesteld om:de heer drs. L.J. Mellema, de heer drs. S.M. van Oostveen en mevrouw drs. J.A. Satijn MPM per 1 januari 2017 te benoemen tot lid van de Rekenkamercommissie Soest;de heer H.A. Voortman tot voorzitter en mevrouw drs. A.M.W. Rohen tot lid van de Rekenkamercommissie Soest per 1 januari 2017 te herbenoemen.

  8. 8

    In 2011 is het gebiedsgericht werken geïntroduceerd als doorontwikkeling van het wijkgericht werken. Omdat de meeste plannen uit de nota Gebiedsgericht Werken uitgevoerd zijn, sommige plannen zijn bijgesteld op basis van veranderde omstandigheden, door ontwikkelingen in de maatschappij, etc. is de nota Gebiedsgericht Werken geëvalueerd. Uit de evaluatie komt een aantal aanbevelingen: Gebiedsgericht werken gaat in de organisatie verder als integrale en vraaggerichte wijze; Rol wbt’s en koppeling budget aan wijken verandert: het instituut WBT wordt losgelaten, zij kunnen als bewonersgroep actief blijven en voor projecten middelen uit het wijkbudget aanvragen, zoals iedere andere inwoner; Ruimte creëren voor initiatieven die nu niet binnen de standaard kaders vallen: de houding van de gemeente richting een inwonersinitiatief wordt ja, mits en niet meer nee, tenzij. Inwoners worden niet alleen financieel gesteund bij hun initiatieven, maar ook door kennisdeling en het linken van inwoners aan andere initiatieven. Financieel zullen de wijkbudgetten ontschot worden en het totale bedrag van € 77.626 komt beschikbaar voor het nieuwe budget bewonersinitiatieven. De raadsfracties worden gevraagd zich tijdens deze Opiniërende behandeling uit te spreken over of men zich kan vinden in de aangegeven ontwikkelrichting. Op 22 december 2016 wordt de gevraagd of er ingestemd kan worden met het uitwerken van de aanbevelingen uit evaluatie Gebiedsgericht Werken.

  9. 9

    Naar aanleiding van de discussienota deregulering die de raad in januari 2016 besprak, heeft de raad in maart 2016 besloten om: Het college van b en w te verzoeken een voorstel voor te bereiden om de categorieën “Ontsiering / uiterlijk aanzien” en “Overlast in relatie tot vervoermiddelen” te dereguleren; Het college van b en w te verzoeken de categorie “Evenementen / snuffelmarkten” in samenhang te bekijken met het nieuw op te stellen Evenementenbeleid en te bezien of deregulering mogelijk is. Hiervoor heeft het college van B en W een analyse gemaakt om te bekijken of artikelen uit de APV behouden of geschrapt konden worden. Op basis van de analyse wordt voorgesteld 6 artikelen te schrappen. Daarnaast zijn vanuit de gemeentelijke organisatie meer dereguleringsvoorstellen gedaan waardoor nog eens 15 artikelen kunnen vervallen. Bij de voorgestelde wijziging van de APV is ook de reguliere periodieke actualisering op basis van de modelverordening van de VNG meegenomen. Omdat het nieuwe Evenementenbeleid nog in ontwikkeling is kon deze hierbij niet betrokken worden. In het begeleidend schrijven bij de actualisatie van de APV worden de wijzigingen meer gedetailleerd weergegeven. Op 22 december 2016 wordt de raad gevraagd de APV vast te stellen.

  10. 10

    In de Besluitvormende Raadsvergadering op 30 juni 2016 is een motie blijverslening aangenomen. Met de motie is het college gevraagd om de raad schriftelijk te informeren over de kosten voor het realiseren van een blijverslening. Op 22 december 2016 wordt de raad voorgesteld om een blijverslening in te voeren om maatregelen te financieren die de woning levensloop bestendiger maakt waardoor de bewoner langer in de huidige woning kan (blijven) wonen. Ook wordt voorgesteld om voor deze blijverslening het budget van de starterslening aan te wenden voor de financiering ervan en om na één jaar de Blijverslening en de Starterslening te evalueren.

  11. 11

    Op het perceel Turfweg 5 is een voormalige boerderij met opstallen gevestigd, behorend tot het landgoed Pijnenburg. De opstallen zijn erg in verval geraakt. De nieuwe eigenaren willen de locatie herontwikkelen door de bestaande opstallen te slopen. Daarvoor in de plaats willen de nieuwe eigenaren een nieuwe woning met een bijgebouw realiseren. Om dit te realiseren dient een wijziging van de huidige woon- en agrarische bestemmingen plaats te vinden. Het ontwerp bestemmingsplan heeft ter inzage gelegen waarop geen zienswijzen ingediend zijn. Op 22 december 2016 wordt de raad gevraagd om het bestemmingsplan Turfweg 5 vast te stellen.

  12. 12

    De gemeente is verplicht om een nieuwe VTH-verordening vast te stellen. De nieuwe VTH-verordening gaat over 2 inhoudelijke zaken: opleidingsniveau van medewerkers en formatieomvang voor vergunningverlening en handhaving. De verordening zorgt daarmee voor het bevorderen, beoordelen en borgen van de kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het college dient jaarlijks aan de raad mede te delen in hoeverre de landelijke opleidings- en formatiecriteria toegepast worden. De gemeente en de RUD Utrecht voldoen voor een belangrijk deel al aan de nieuwe criteria. Voor zover dat niet het geval is biedt de verordening ruimte voor een gefaseerd inhoudelijk groeitraject naar de landelijk beoogde 100% situatie.Op 22 december 2016 wordt de raad gevraagd de VTH-Verordening omgevingsrecht gemeente Soest 2017 vast te stellen.

  13. 13

    In november 2011 zijn de volgende nota’s vastgesteld: Grondbeleid en Grondprijsbeleid. In de Financiële Verordening is vastgelegd dat deze nota’s één keer per vier jaar geactualiseerd dienen te worden. Dit is nu aan de orde.De relevante elementen van de twee eerdere nota’s zijn samengevoegd tot één document. Daarnaast is er een Uitvoeringsnota opgesteld. Belangrijkste beleidskader is: De gemeente kiest, ten aanzien van het te voeren grondbeleid, voor maatwerk en marktwerking. Per ontwikkellocatie zal gezocht worden naar, overeenkomstig het in de nota opgenomen afwegingskader, gezocht worden naar de meest adequate vorm van grondbeleid: actief of facilitair.Op 22 december 2016 wordt de raad gevraagd de Geactualiseerde nota grondbeleid 2016 vast te stellen.

  14. 14

    Het college stelt voor de Verordening Jeugdhulp Soest 2017 vast te stellen. Diverse aanpassingen zijn gedaan ten opzichte van de Verordening Jeugdhulp die in 2015 vastgesteld is door de raad. Zo is nu het begrip “gebruikelijke hulp” toegevoegd naar aanleiding van jurisprudentie en een brief van staatsecretaris Van Rijn. Ook zijn alle artikelen en verwijzingen met betrekking tot het innen van de ouderbijdrage verwijderd. Andere aanpassingen zijn technisch van aard zoals het aanpassen van nummering en data. De verordening is voor advies voorgelegd aan de Adviesraad Sociaal Domein en deze stemt in met het wijzigingsvoorstel van het college van B en W.Op 22 december 2016 wordt de raad gevraagd de Verordening Jeugdhulp gemeente Soest 2017 vast te stellen.

  15. 15
    Sluiting